Bestuurlijke boete Drank- en Horecawet: Leidinggevende
1 min. leestijd

Bestuurlijke boete Drank- en Horecawet: Leidinggevende

Bij overtreding van een bepaling in de Drank- en Horecawet kan de burgemeester een bestuurlijke boete opleggen.

Een voorbeeld van een overtreding is wanneer een inrichting geopend is op een moment dat er geen leidinggevende aanwezig is. Maar stel nu dat een horecagelegenheid of slijterij onderdeel is van een groter complex. Moet de leidinggevende dan ook daadwerkelijk aanwezig zijn in de horecagelegenheid of de slijterij zelf, of is het voldoende dat deze zich ergens in het complex bevindt?

Deze – niet zo heel eenvoudige vraag – is door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State op 28 december 2016 beantwoord. Aan de Afdeling werd de vraag voorgelegd of bij een slijterij die zich als afzonderlijke ruimte in een supermarkt bevindt, voldaan wordt aan de eis van aanwezigheid van de leidinggevende, wanneer die leidinggevende in de supermarkt aan het werk is.

De Afdeling oordeelde dat dit in deze zaak niet aan de orde was, omdat de Drank- en Horecavergunning niet was afgegeven op de hele supermarkt, maar alleen voor het gedeelte slijterij. De Afdeling oordeelde ook dat medebepalend is het antwoord op de vraag in hoeverre andere onderdelen van het complex functioneel verbonden zijn met het slijterijgedeelte. Bijvoorbeeld de vraag of in het kantoor van de supermarkt ook de administratie van de slijterij wordt gevoerd.

Voor het oordeel of een leidinggevende in de inrichting aanwezig is, is het daarom van groot belang eerst te kijken naar de bepalingen in de vergunning. Vervolgens is het ook goed om de feitelijke situatie van het complex exact in beeld te hebben.

Bij overtreding van de Drank- en Horecawet kan de burgemeester een bestuurlijke boete opleggen. Dat begint meestal met een boeterapport, gevolgd door een voornemen waartegen zienswijzen kunnen worden ingediend en vervolgens een boetebesluit.

In alle fasen van het boeteproces heeft u rechtsmiddelen. Wanneer het gaat om een boete wegens het niet-aanwezig zijn van een leidinggevende is het belangrijk om goed in te gaan op de bepalingen in de vergunning, maar ook om de feitelijke situatie goed te schetsen (waar was de leidinggevende? Was hij/zij elders in het gebouw dat aan de inrichting kan worden toegerekend?) Vervolgens moet gekeken worden of er wel sprake is van verwijtbaarheid van de vergunninghouder. Waren er bijvoorbeeld redenen waarom de vergunninghouder niet aanwezig was?

Een goed verweer op de feiten, de mate van schuld, maar ook op de hoogte van de boete kan zeker zinvol zijn. Niet alleen vanwege de boete zelf, maar ook vanwege verdergaande consequenties als intrekken van de vergunning bij herhaalde overtreding of sluiting van de zaak.

Over de schrijver
Mijn naam is Joost Jaspers. Al meer dan 20 jaar ben ik actief als advocaat en mijn absolute specialisme ligt op het gebied van overheidsrecht en Frans recht. Met mijn blogs probeer ik je zo veel mogelijk op weg te helpen!
Reactie plaatsen